Versie 7 richtlijn GGZ en corona

2 oktober 2020

De geestelijke gezondheidszorg heeft de 7de versie van de specifieke richtlijn GGZ en corona op 2 oktober 2020 gepubliceerd op GGZ Standaarden. In de richtlijn zijn wijzigingen doorgevoerd in de paragraaf Voorkomen van besmetting en in de paragraaf Verantwoord inzetten van (zorg)professionals. Hieronder lees je vier veelgestelde vragen en de antwoorden.

1. Wat schrijft de richtlijn voor over het gebruik van mondneusmaskers?

Aan de paragraaf Voorkomen van een besmetting is een inleiding toegevoegd over het gebruik van mondneusmaskers:

Het bestuur van een instelling of een vrijgevestigde behandelaar heeft de mogelijkheid medewerkers, patiënten en bezoekers te verplichten een mondneusmasker te dragen in de gebouwen van de instelling en omgevingen waar het houden van de 1,5 meter afstand niet goed mogelijk is. Patiënten en bezoekers kunnen daarvoor een eigen masker gebruiken. Waar nodig verstrekt de instelling een chirurgisch mondmasker.
Bovenstaande geldt ook voor de ambulante thuiszorg. De hulpverlener kan, bij twijfel over het besmettingsrisico, de professionele inschatting maken om persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) te dragen.

2. Wat beveelt de richtlijn aan over testen en quarantaine?

In de paragraaf Verantwoord inzetten van (zorg)professionals lees je alles over wanneer en wie testen, wanneer in quarantaine en hoe om te gaan met verkoudheid. De richtlijn volgt daarbij uiteraard het testbeleid van het RIVM. De drie wijzigingen in deze paragraaf zijn:

  • Bij klachten als niezen, hoesten, benauwdheid en/of koorts moet de (zorg)professional getest worden. Als medewerker in de direct patiëntgebonden zorg of behandeling heeft de medewerker voorrang bij het aanvragen van een test bij de GGD.
  • Wanneer een (zorg)professional negatief test maar wel verkoudheidsverschijnselen heeft, wordt geadviseerd te werken met een mondneusmasker. Zo worden anderen niet besmet met het verkoudheidsvirus.
  • Wanneer een (zorg)professional terugkomt uit een risicogebied, of wanneer diegen via de Corona-app de melding heeft gehad dat deze langdurig in contact is geweest met een besmette ander, moet deze 10 dagen in quarantaine gaan. Bij het ontstaan van corona-gerelateerde klachten moet de (zorg)professional zich laten testen. In uitzonderingssituaties waarin een ernstig personeelstekort dreigt, mag de (zorg)professional in overleg met de GGD en bedrijfsarts wel werken maar moet dat dan doen met gebruik van PBM.

3. Hebben de aangescherpte maatregelen invloed op de groepsgrootte bij groepsbehandelingen?

Als de ruimte voor groepsbehandeling groot genoeg is om 1,5 meter afstand te kunnen houden, is er geen reden om op grond van de aangescherpte maatregelen groepsbehandelingen af te bouwen. Deze opvatting wordt gedeeld door VWS. De tekst van de richtlijn is op dit punt dan ook niet aangepast.

In het algemeen geldt: groepsbehandelingen en dagactiviteiten zijn mogelijk onder de voorwaarde dat er met groepen gewerkt wordt die niet groter zijn dan de ruimte toelaat. Bij beperkte faciliteiten voor het organiseren van groepen, moet een goede afweging gemaakt worden voor welke patiëntengroepen een groepsbehandeling of dagactiviteitenaanbod kan worden aangeboden. De coronaregel, minimaal 1,5 meter afstand tussen de in de ruimte aanwezige personen, is hiervoor bepalend. In de paragraaf Polikliniekbezoek, vrijgevestigde praktijk en behandeling vind je overige aanbevelingen voor de organisatie van groepsbehandelingen.

4. Hebben de aangescherpte maatregelen van het kabinet impact op face to face contacten?

Er zijn binnen het huidig kabinetsbeleid geen aanpassingen nodig in de organisatie van face to face contacten in de behandelingen. Een behandeling kan face-to-face plaats vinden. De behandelaar streeft hierin samen met de patiënt en zijn naasten te komen tot maatwerk in de best passende vorm. Uiteraard nemen beiden de RIVM-richtlijnen in acht, en het kan alleen mits instellingen de veiligheid van medewerkers en patiënten voldoende kunnen waarborgen.
De tekst van de richtlijn is op dit punt niet aangepast.

 

De wijzigingen zijn tot stand gekomen na onderling overleg tussen de NVvP, LVVP, MIND, NIP, Platform MEER GGZ, V&VN en de Nederlandse ggz. De richtlijn is afgestemd met het RIVM, het versiebeheer berust bij Akwa GGZ. De richtlijn wordt aangepast op basis van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De meest actuele versie van de richtlijn vind je altijd op GGZ Standaarden.