Patiëntervaringen 2025 - wat valt op en verdieping in verschillen tussen organisaties

19 mei 2026

De Consumer Quality Index (CQi) geeft waardevol inzicht in hoe patiënten de geestelijke gezondheidszorg ervaren. Ruim 280 ggz-organisaties en in totaal 559 locaties hebben hun CQi-data over 2025 met Zorginstituut Nederland gedeeld. Zorginstituut Nederland publiceert deze data op de website Zorginzicht en op basis van deze cijfers maakt GGZ Dataportaal datavisualisaties van patiëntervaringen. CQi-data zijn hiermee voor iedereen makkelijk toegankelijk om te gebruiken voor kwaliteitsverbetering.

De CQi geeft inzicht in welke mate patiënten tevreden zijn over thema’s zoals bejegening, samen beslissen, informatievoorziening en uitvoering van hun behandeling op een schaal van één tot vijf. Ook geven patiënten een algemeen eindoordeel over de behandeling op een schaal van één tot tien.

Eindcijfer over de behandeling
Op het eerste gezicht lijkt het eindcijfer over de behandeling stabiel: patiënten geven de behandeling net als voorgaande jaren gemiddeld een 8,3. Wel zijn er verschillen tussen alle locaties. Hoe kunnen organisaties deze informatie gebruiken om met elkaar in gesprek te gaan om de kwaliteit van zorg verder te verbeteren? Hangen verschillen in het eindcijfer over de behandeling samen met de cijfers op bepaalde thema’s? In dit blog zoeken we het uit.

Variatie achter het gemiddelde: welke verschillen zien we in 2025?
De verdeling van het eindcijfer over de behandeling van alle 559 locaties laat zien dat er veel variatie is: cijfers van onder de zeven tot ruim boven de negen. Deze spreiding roept de vraag op: waar komen deze verschillen vandaan? Mogelijk spelen verschillen in beleid, patiëntpopulatie of behandelpraktijk hierbij een rol en kunnen aanknopingspunten bieden om het gesprek aan te gaan of van elkaar te leren.

Hoe kunnen organisaties deze informatie gebruiken om van elkaar te leren?

Om beter inzicht te krijgen in wat organisaties van elkaar kunnen leren vergelijken we twee groepen locaties:

Het gemiddelde eindcijfer van de locaties met de 25% laagste cijfers is 7,6 en dat van de locaties met de 25% hoogste cijfers is 8,9. Wat doen de locaties met hoge cijfers anders, en wat kunnen andere locaties daarvan meenemen in hun eigen praktijk? Door met elkaar in gesprek te gaan en ervaringen te delen, ontstaat de kans om van elkaar te leren en samen de kwaliteit van zorg verder te verbeteren.

Welke verschillen zijn er in de thema-indicatoren tussen de groepen?

We vergelijken de cijfers op de verschillende thema-indicatoren van de locaties met de hoogste en laagste cijfers om inzichtelijk te maken op welke thema’s de groepen van elkaar verschillen.

Wat opvalt, is dat de cijfers op alle thema-indicatoren van beide groepen hoog liggen maar er tegelijkertijd duidelijke verschillen tussen de groepen zijn. Dit laat zien dat er ook bij hoge cijfers leerpotentieel is en dat locaties op bepaalde thema’s kennis kunnen uitwisselen. De indicatoren zijn gesorteerd op de grootte van het verschil: onderaan staan de indicatoren waar de cijfers van de locaties dichter bij elkaar liggen. Boven in de grafiek staan de indicatoren met de grootste verschillen. Deze informatie kan organisaties helpen om te bepalen over welke thema’s ze met elkaar in gesprek willen gaan.

Aanknopingspunten om samen te werken aan de kwaliteit van zorg

De indicatoren tevredenheid resultaat, ROM besproken, juiste aanpak, te verwachten resultaat en omgaan met klachten laten de grootste verschillen zien. Deze indicatoren gaan over de thema’s uitvoering van de behandeling en de informatievoorziening over de behandeling. Deze verschillen maken zichtbaar waar kansen liggen voor verdere verbetering.

Vragen die kunnen helpen bij verbetering van deze thema’s:

  • Hoe worden verwachtingen over de behandeling helder besproken met patiënten?
  • Wanneer wordt het behandelresultaat expliciet besproken en wanneer wordt er geëvalueerd met patiënten?
  • Op welke manier krijgen patiënten ruimte om vragen of klachten te bespreken?

De inzichten uit deze analyse laten zien dat achter een stabiel beeld over de jaren heen juist veel leerpotentieel schuil kan gaan. Door verschillen zichtbaar te maken en te duiden, ontstaat een concrete basis voor datagedreven leren. Zo wordt data niet alleen een meetinstrument, maar vooral een startpunt om met elkaar in gesprek te gaan over kwaliteitsverbetering. Dit gesprek kan gevoerd worden tussen organisaties, maar ook onderling tussen locaties.

Waar bevindt jouw locatie of organisatie zich in de spreiding van eindcijfers?

Hoe scoort jouw locatie of organisatie op de 5 thema-indicatoren met het grootste verschil?

Bekijk hier welk eindcijfer patiënten jouw locatie hebben gegeven en hoe patiënten jouw locatie op de thema-indicatoren hebben beoordeeld.

Demo Spiegelinformatie

Wil je meer recente data van patiëntervaringen inzetten voor het identificeren van verbeterkansen? Bekijk de demo van Spiegelinformatie en ontdek hoe je elk kwartaal nieuwe inzichten kunt verzamelen.