"Een goede groep draait niet vanzelf; het vraagt vakmanschap"

3 maart 2026

Uit een enquête onder ggz-professionals over groepsbehandeling blijkt dat veruit het grootste gedeelte van alle zorgtrajecten uitsluitend uit individuele behandeling bestaat. Volgens Marc Daemen is dat geen kwestie van onwil, maar van inrichting. “We vragen behandelaren om meer in groepen te werken, maar bieden te weinig opleiding en ondersteuning.” 

Marc is klinisch psycholoog, groeps- en systeemtherapeut en werkt al bijna veertig jaar in de ggz. Daarnaast is hij P-opleider bij GGZ Westelijk Noord-Brabant en bestuursvoorzitter van de Nederlandse vereniging voor groepsdynamica en groepspsychotherapie (NVGP).  Hij ziet groepsbehandeling niet als gewoon een andere behandelvorm die je er wel even bij kunt doen, maar als een fundamenteel andere manier van werken. En die vraagt dan ook een andere manier van opleiden en organiseren.  

Een vak op zich

Groepstherapie is volgens hem een vak op zich. “Je werkt niet alleen met individuele verhalen, maar met wat er tussen mensen gebeurt: loyaliteit, spanning, afwijzing en steun. Dat vraagt kennis van groepsdynamiek. Zonder die kennis kan een groep net zo goed schadelijk als helpend zijn.” Daemen ziet in de praktijk regelmatig dat groepsbehandeling wordt vormgegeven vanuit een individuele bril. “Alsof je een aantal mensen in een kring zet en vervolgens één-op-één therapie doet met de rest als toeschouwer,” zegt hij. “Dan mis je waar het in een groep werkelijk om gaat.” 

Marcs bevlogenheid komt dan ook niet voort uit een behoefte aan efficiëntie of kostenbesparing, maar vooral uit jarenlange ervaring en het zien van bijzondere resultaten in groepswerk. “De mooiste momenten in groepstherapie zijn die waarop alles samenvalt. Je kunt eindeloos praten over je verleden zonder iets te veranderen. Je kunt praten over je relatie zonder dat er iets schuift. Maar als een cliënt in de groep directe feedback krijgt die raakt aan beide, dan gebeurt er iets wezenlijks. Dat is het mooiste wat je als therapeut kunt meemaken.”

Tussen willen en kunnen

Dat groepsbehandeling ondanks die kracht geen vanzelfsprekende plek heeft, ligt volgens Daemen niet aan behandelaren. “De meeste collega’s staan helemaal niet negatief tegenover het geven van groepen. Maar het zorgsysteem is vooral ingericht op individueel werken.” Het zorgprestatiemodel maakt individuele consulten overzichtelijk en eenvoudig te declareren, terwijl groepen meer voorbereiding en afstemming vragen. Tegelijkertijd laat onderzoek zien wat groepsbehandeling kan opleveren. In een Amerikaans modelonderzoek werd doorgerekend dat door meer in groepen te behandelen, met hetzelfde aantal behandelaren, aanzienlijk meer mensen geholpen kunnen worden en wachttijden afnemen. “Dat laat zien dat groepsbehandeling niet alleen inhoudelijk sterk is,” zegt Daemen, “maar ook directe impact heeft op zorgdruk en wachtlijsten.” 

GroupWAVE

In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord is afgesproken dat het aandeel groepsbehandeling moet groeien. Dat is een belangrijk signaal volgens Marc. “Maar beleid alleen is niet genoeg. De echte vraag is: hoe zorgen we dat mensen het ook goed kunnen en durven doen?” Om dit doel te bereiken is Marc een van de initiatiefnemers van GroupWAVE. Samen met cliëntenorganisatie MIND, zorgverzekeraar Menzis, een ICT-partner en meerdere ggz-instellingen wordt gewerkt aan het versterken van groepsbehandeling waar de kwaliteit van de behandeling het uitgangspunt is.

GroupWAVE richt zich niet alleen op meer groepen, maar vooral op betere randvoorwaarden: goede voorlichting voor cliënten, gerichte scholing en in-company trainingen voor behandelaren, ondersteuning bij planning en groepssamenstelling en slimme inzet van ROM om behandeldoelen regelmatig te evalueren. “Het idee is dat groepsbehandeling vaker een logische eerste stap wordt, tenzij er inhoudelijke redenen zijn om iets anders te kiezen.”

Opleiden is de sleutel

Voor instellingen die groepsbehandeling duurzaam willen verankeren, vraagt dat volgens Marc vooral om zorgvuldigheid. Het is belangrijk om te investeren in de voorwaarden waaronder groepswerk goed kan ontstaan. “Het vraagt om tijd, goede ruimtes, een stevige organisatorische basis en vooral om opleiding,” zegt hij. “Groepsbehandeling kun je niet ‘erbij doen’. Je moet het serieus nemen als vak.” 

Daarmee raakt hij direct aan het opleiden van nieuwe behandelaren. Jonge therapeuten zijn vaak nieuwsgierig naar groepswerk, maar voelen zich ook onzeker. “En dat is begrijpelijk,” zegt Daemen. “In een groep gebeurt veel tegelijk. Je ziet meer, hoort meer, en je hebt minder controle. Dat vraagt oefening, supervisie en de ruimte om te leren.” 

Die ruimte had hij zelf als beginnend therapeut ooit ook nodig. “In het begin van mijn loopbaan maakte ik fouten,” vertelt hij. “Ik dacht dat ik het moest weten, dat ik richting moest geven. Achteraf zie ik dat daar ook angst onder zat: bang voor stiltes, bang om het niet goed te doen.” Gaandeweg leerde hij dat de kracht niet bij de therapeut ligt, maar bij de groep. Soms is het beste wat een therapeut kan doen, even niets te zeggen. Marc: “En dan kan het gebeuren dat een groepslid precies verwoordt wat een ander in de groep nodig heeft. Dat moment blijft magisch.”

Inzicht in data met Spiegelinformatie ZPM

Inzicht in groepsconsulten door de tijd en verdeling van consulten naar groepsgrootte.

NVGP praktijkrichtlijnen voor groepstherapie

Ondersteuning bij het organiseren en uitvoeren van groepsbehandeling.

Marjolein Koementas-de Vos over groepsbehandeling

“De groep als behandelvorm is effectief én verdient een grotere rol .”