"De groep als behandelvorm is effectief én verdient een grotere rol"
Uit een enquête onder ggz-professionals over groepsbehandeling blijkt dat veruit het grootste gedeelte van alle zorgtrajecten uitsluitend uit individuele behandeling bestaat. Volgens Marjolein Koementas-de Vos laat onderzoek en praktijkervaring al jaren zien dat groepsbehandeling waardevol is. “In groepen zien mensen zichzelf terug door de ogen van anderen. Dat levert inzichten op die je in individuele gesprekken niet vaak zo scherp krijgt”.
Marjolein is klinisch psycholoog, psychotherapeut en werkt onder andere bij GGZ Noord-Holland-Noord en is als postdoc-onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Haar belangstelling voor groepsprocessen ontstond al vroeg. “Als kind had ik al een fascinatie voor groepen,” vertelt zij. “Als er ruzie was in een groepje, zag ik het als een uitdaging om het op te lossen.” Die fascinatie is er nog steeds. “Groepswerk is spannend: er gebeurt veel, op verschillende lagen. Als een groep goed loopt, is het een heel krachtig middel.”
Even effectief als individuele therapie
Onderzoek laat zien dat groepsbehandeling bij veelvoorkomende klachten, zoals angst- en stemmingsstoornissen, even effectief is als individuele therapie en in enkele gevallen zelfs effectiever. Daarnaast is groepsbehandeling kostenefficiënt, omdat meer mensen tegelijkertijd behandeld kunnen worden. Toch zijn deze inzichten onvoldoende om de praktijk te veranderen en krijgt groepsbehandeling op veel plekken nog beperkte aandacht. “Er is bijvoorbeeld geen landelijke onderzoeksagenda voor groepsbehandeling,” zegt Marjolein. “We weten dat het werkt, maar richten ons nog te weinig op de vraag waarom het werkt, voor wie en onder welke omstandigheden. Meer kennis is nodig om uitval te verminderen en mensen beter te laten aanhaken.”
Imago en cohesie
Daarbij speelt ook het imago van groepsbehandeling een belangrijke rol. Veel patiënten zien een groep nog altijd als tweede keus of vrezen dat hun eigen hulpvraag onvoldoende ruimte krijgt. Een hardnekkig misverstand is dat cliënten in een groep “te weinig tijd” zouden krijgen. “Maar,” zegt Marjolein, “je verandert niet alleen door zelf te praten, maar juist ook door actief betrokken te zijn bij het proces van anderen. Terwijl je luistert reflecteer je ook op jezelf.”
Eén van de meest onderzochte mechanismen in groepsbehandeling is cohesie: de ervaren verbondenheid tussen groepsleden. Dat blijkt een sterke voorspeller van de behandeluitkomst, vergelijkbaar met de therapeutische relatie in individuele therapie. “Maar cohesie is geen einddoel op zich,” benadrukt Marjolein. “Als iedereen elkaar aardig vindt maar niemand aan zijn doelen werkt, gebeurt er alsnog weinig.” In haar onderzoek kijkt ze juist naar die volgende stap: hoe benut je cohesie om verandering te verdiepen? Dat vraagt om actief sturen, het volgen van de voortgang en waar nodig, het aanpassen van het behandeltraject.
Richtlijnen en zorgstandaarden
Opvallend is dat groepsbehandeling traditioneel veel wordt ingezet bij persoonlijkheidsstoornissen en verslaving, maar minder bij angst- en stemmingsstoornissen. Terwijl juist daar ook het wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid sterk is. Marjolein: “Bij persoonlijkheidsstoornissen is het logisch: het probleem zit in interactie, dus behandel je in interactie. Maar bij angst en depressie lijkt het historisch zo gegroeid dat we vooral individueel werken. Niet per se omdat het beter is of omdat behandelaren niet willen, maar omdat de zorg zo georganiseerd is.” In richtlijnen en zorgstandaarden worden groepsinterventies bij stemming en angst nauwelijks genoemd. “Dat is zonde, zeker gezien de huidige stand van het onderzoek.”
Akwa GGZ “Bij de herziening van zorgstandaarden besteden we meer aandacht aan het hoofdstuk Indiceren uit het model GGZ zorgstandaard, de kapstok van al onze standaarden. We beschrijven hierin concreter hoe professionals samen met de patiënt komen tot een passende behandelkeuze, passend bij doelen, behoeften en situatie: bijvoorbeeld individueel of in een groep, ambulant of klinisch, digitaal of fysiek, kortdurend of langdurig, psychologisch, farmacologisch of een combinatie. Zo ondersteunen de standaarden beter bij gezamenlijke en onderbouwde keuzes in de praktijk.”
Organisatie en scholing
Financiële prikkels alleen blijken onvoldoende om groepsbehandeling op te schalen. Ook in landen waar groepsbehandelingen beter worden vergoed, blijft het aanbod achter. Volgens Marjolein kan de bekostiging in Nederland zeker beter, maar ligt de grootste winst in het verbeteren van het imago van groepstherapie, het versterken van de organisatiecultuur en het bieden van scholing en ondersteuning aan behandelaren. “Groepswerk is echt iets anders dan individueel werken. Het vraagt samenwerking, voorbereiding en gedeelde verantwoordelijkheid. In het begin kost dat meer energie. Maar als het loopt, wordt de werkdruk juist lager.”
Maar groepen zijn niet automatisch helpend. “Ze kunnen ook toxisch worden als je niet weet wat je doet.” Effectief groepswerk vraagt daarom om specifieke expertise: kennis over groepsfasen, cohesie en groepsdynamiek. Die kennis is nog lang niet altijd vanzelfsprekend. Groepsbehandeling krijgt nauwelijks structurele aandacht in universitaire opleidingen, terwijl veel net afgestudeerde psychologen wél groepen begeleiden. Onderwijs, intervisie en begeleiding zijn daarom cruciaal. “Als behandelaren groepen spannend of ‘eng’ vinden, moet je dat serieus nemen. Dat los je niet op met alleen beleid, maar ook met scholing en praktische ondersteuning.”
GroupWAVE
Vanuit haar werkpraktijk bij GGZ NHN is Marjolein nauw betrokken bij initiatieven waarin herstel en groepsgericht werken samenkomen. Zo is zij projectleider van het landelijke implementatieproject GroupWAVE, dat recent een ZonMw subsidie heeft ontvangen. GroupWAVE richt zich, in samenwerking met ggz-aanbieders, ICT-ontwikkelaars, zorgverzekeraars en cliënten- en naastenorganisaties, op duurzame inbedding van groepsbehandeling in de zorg, waarbij de kwaliteit van de behandeling het uitgangspunt is.
GroupWAVE richt zich niet alleen op meer groepen, maar vooral op betere randvoorwaarden: goede voorlichting voor cliënten, gerichte scholing en in-company trainingen voor behandelaren, ondersteuning bij planning en groepssamenstelling en slimme inzet van ROM om behandeldoelen regelmatig te evalueren. “Het idee is dat groepsbehandeling vaker een logische eerste stap wordt, tenzij er inhoudelijke redenen zijn om iets anders te kiezen.”
Vanzelfsprekende vorm van behandeling
Marjolein hoopt dat groepstherapie over vijf jaar een vanzelfsprekende vorm van behandeling is. Dat begint volgens haar bij iets eenvoudigs: dat cliënten bij de verwijzing weten dat groepsbehandeling een normale en betekenisvolle optie is en niet iets waar je pas op uitkomt als individuele zorg niet lukt. “Herstel vindt plaats in contact met anderen en groepsbehandeling is een vorm van zorg die daar bewust gebruik van maakt.” Daarmee kan groepsbehandeling uitgroeien tot een keuze waar mensen met vertrouwen voor kiezen, “niet per se omdat het moet, maar omdat herstel in verbondenheid ontstaat.”
Inzicht in data met Spiegelinformatie ZPM
Inzicht in groepsconsulten door de tijd en verdeling van consulten naar groepsgrootte.
NVGP praktijkrichtlijnen voor groepstherapie
Ondersteuning bij het organiseren en uitvoeren van groepsbehandeling.
Marc Daemen over groepsbehandeling
“Een goede groep draait niet vanzelf; het vraagt vakmanschap.”